Nederland
Nederland · economie
De Nederlandse economie groeit door, met een belangrijke bijdrage van industrie en voorraden
De Nederlandse economie groeide in het derde kwartaal met 0,6 procent ten opzichte van het tweede kwartaal. Dat blijkt uit de eerste CBS-berekening van 30 oktober. Vergeleken met een jaar eerder was de economie 2,1 procent groter. Het tweede kwartaal is bovendien naar boven bijgesteld: de groei bedroeg 0,7 procent in plaats van de eerder gemelde 0,6 procent.
De samenstelling is belangrijk voor de komende kwartalen. Een groter handelssaldo en de opbouw van aardgasvoorraden droegen volgens het CBS het meest bij aan de groei. De uitvoer steeg met 0,5 procent, de invoer met 0,3 procent. Huishoudens en overheid consumeerden elk 0,4 procent meer. De investeringen namen met 0,1 procent af, mede doordat minder vliegtuigen werden ingevoerd dan in het voorgaande kwartaal. Alle percentages zijn voor prijsveranderingen gecorrigeerd; de kwartaalvergelijkingen ook voor seizoensinvloeden.
Aan de productiekant leverde de industrie de grootste bijdrage. Vooral de machine-industrie groeide sterk. ANP meldt op basis van de CBS-toelichting dat de industrie ongeveer de helft van de totale kwartaalgroei verklaart. Daarmee wordt duidelijker waar de groei ontstaat: de verkoop en productie van industriële goederen wegen deze keer zwaarder dan een algemene versnelling van alle binnenlandse bestedingen.
ABN AMRO wijst in zijn analyse van dezelfde dag op de combinatie van uitvoer, consumptie en tijdelijke voorraadopbouw. De bank ziet de wereldwijde AI-investeringen als een waarschijnlijke verklaring voor de sterke machinebouw. Die interpretatie is specifieker dan de CBS-meting: het statistiekbureau meet productie en bestedingen, terwijl de bank een verklaring zoekt voor de onderliggende vraag. De bank signaleert daarnaast dat bedrijven extra voorraden aanlegden vanwege onzekerheid over internationale aanvoerlijnen.
Voorraadopbouw verschuift activiteit tussen perioden. Productie die in een voorraad terechtkomt, telt al mee voordat een eindklant het product gebruikt. Als een bedrijf later uit die voorraad levert, hoeft er op dat moment minder nieuw te worden geproduceerd. Bij gas speelt ook de seizoensmatige voorbereiding op de winter mee. Voor de vooruitblik is daarom relevant hoeveel van de nieuwe activiteit wordt gevolgd door aanhoudende afzet en hoeveel samenhangt met het eenmalig aanvullen van een buffer.
Voor leveranciers in de machineketen geven de productiecijfers een directer aanknopingspunt dan het algemene consumentenvertrouwen. Voor bedrijven die voornamelijk aan huishoudens verkopen is de gemeten consumptiegroei van 0,4 procent relevanter. Het bbp-cijfer is een eerste berekening: nieuwe informatie kan ook eerdere kwartalen veranderen, zoals deze week bij het tweede kwartaal is gebeurd.
Nederland · arbeidsmarkt & wetgeving
Kabinet wil langdurige inhuur van dezelfde uitzendkracht begrenzen
Het kabinet wil dat een uitzendkracht met een tijdelijk arbeidscontract maximaal drie jaar bij dezelfde inlener kan werken. Wie de samenwerking daarna wil voortzetten, moet een rechtstreeks arbeidscontract voor onbepaalde tijd aanbieden. De Wet tijdelijkheid van inlenen is op 29 oktober in internetconsultatie gegaan. Reacties kunnen tot en met 24 november worden ingediend; de grens is daarmee nog onderdeel van een wetsvoorstel.
De aanleiding is Europese rechtspraak over het tijdelijke karakter van uitzendwerk. De regering wil die tijdelijkheid explicieter verankeren in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Waadi. De kern van het voorstel is dat een organisatie iemand niet onbeperkt via een tussenpersoon voor zich kan laten werken zonder een rechtstreeks dienstverband aan te bieden wanneer de plaatsing wordt voortgezet.
De arbeidsrelatie kent hier drie partijen. Het uitzendbureau is werkgever, de werknemer verricht het werk en de inlener is de organisatie waar dat gebeurt. Een regel over de duur bij dezelfde inlener grijpt aan op die laatste relatie. Voor de personeelsplanning moet daarom worden bijgehouden hoelang iemand feitelijk bij dezelfde organisatie is geplaatst, naast de looptijd van het contract met het bureau.
De conceptwettekst telt 156 weken, die ook onderbroken kunnen zijn, en kijkt naar dezelfde inlener ongeacht welk bureau de werknemer uitleent. Eerdere plaatsingsweken blijven binnen de voorgestelde meerjarige telperiode meetellen. De inlener moet ten minste vier weken voor het bereiken van de grens schriftelijk een vast contract aanbieden of melden dat de plaatsing stopt. Dit maakt de administratie van eerdere plaatsingen onderdeel van de uitvoering.
Voor uitzendkrachten die al voor onbepaalde tijd bij hun uitlener werken, beschrijft het voorstel een andere beoordeling. Ook hun inzet bij een opdrachtgever moet tijdelijk zijn, maar de beoordeling hangt af van de situatie en kan aan de rechter worden voorgelegd. Flexmarkt benadrukt dat de vaste termijn van 36 maanden in het voorstel betrekking heeft op de inzet met een tijdelijk uitzendcontract.
Voor organisaties die flexibele arbeid gebruiken om seizoenspieken of korte projecten op te vangen, sluit een tijdelijke plaatsing aan bij het karakter van de behoefte. Bij een jarenlang doorlopende functie wordt de keuze concreter: een eigen contract aanbieden of de inzet beëindigen. De maatregel verandert daarmee de afweging tussen inhuur en rechtstreeks werkgeverschap, vooral bij langlopende plaatsingen.
Voor werknemers verschuift op zo’n beslismoment ook wie over de voortzetting van hun werk moet besluiten. Een aanbod van de inlener zou de arbeidsrelatie rechtstreeks maken; het behoud van de plaatsing blijft afhankelijk van de keuze om de samenwerking voort te zetten. De consultatie kan nog tot wijzigingen leiden in de afbakening, voorwaarden en uitvoering. Voor lopende contracten zijn daarom vooral de uiteindelijke wettekst en overgangsregels van belang.
Nederland · industrie & grondstoffen
De Nederlandse grondstoffenafhankelijkheid loopt ook via onderdelen en eindproducten
Van de acht materialen die voor de Nederlandse economie het meest kritiek zijn, worden er zeven vooral in China verwerkt. Het CBS publiceerde op 29 oktober een nieuwe analyse die economisch belang, leveringsrisico en verwachte vraaggroei combineert. Gallium staat bovenaan. De afhankelijkheid zit zowel in losse materialen als in de elektronica, machines en andere producten waarin ze zijn verwerkt.
De concentratie is groot. Volgens de door het CBS gebruikte gegevens vond in 2025 ongeveer 99 procent van de mondiale verwerking van gallium in China plaats. Voor grafiet was dat 94 procent en voor zeldzame aardmetalen 84 procent. De overige vier materialen in deze groep zijn germanium, lithium, kobalt en siliciummetaal. Bij het achtste materiaal, niobium, ligt de voornaamste afhankelijkheid bij Brazilië.
Het nieuwe rapport kijkt ook naar de route waarlangs de materialen de economie bereiken. Nederland importeerde in 2025 voor 17,2 miljard euro aan kritieke materialen van buiten de EU en voor 123,9 miljard euro aan producten waarin zulke materialen zitten. Die productwaarde omvat ook andere onderdelen en bewerkingen. Zij geeft vooral aan hoe breed de aanwezigheid van kritieke materialen doorwerkt in de goederenhandel.
De handelsroute kan een afhankelijkheid uit het zicht houden. Het CBS licht bijvoorbeeld toe dat een in China geproduceerde computer die via Duitsland Nederland binnenkomt in de betreffende herkomstreeks aan Duitsland wordt toegerekend. Voor een beoordeling van de kwetsbaarheid moet daarom ook naar eerdere stappen in de keten worden gekeken. Meerdere Europese verkopers kunnen goederen aanbieden die van dezelfde verwerker of hetzelfde materiaal afhankelijk zijn.
Het onderzoek onderscheidt directe invoer, wederuitvoer, verwerking voor de export en gebruik voor de Nederlandse markt. Dat is voor Nederland als handelsland relevant: een grote invoerstroom is niet volledig bestemd voor binnenlandse eindgebruikers. Tegelijk kan een knelpunt de Nederlandse toegevoegde waarde raken wanneer een relatief klein onderdeel nodig is om een veel waardevoller apparaat af te maken.
Voor bedrijven volgt hieruit een concrete volgorde voor leveringsonderzoek: vaststellen welke materialen in cruciale onderdelen zitten, waar die materialen worden verwerkt en hoe snel een alternatief gekwalificeerd kan worden. Een tweede leverancier biedt vooral extra zekerheid als die ook een andere kwetsbare schakel gebruikt. Voorraad kan een onderbreking overbruggen; een structureel andere herkomst vraagt voldoende verwerkingscapaciteit en producten die aan dezelfde specificaties voldoen.
Het rapport geeft daarmee meer houvast voor de keuze welke ketens prioriteit verdienen. Een materiaal met een beperkte invoerwaarde kan hoog scoren wanneer uitval grote economische gevolgen heeft en het gebruik naar verwachting snel toeneemt. De Nederlandse rangschikking combineert precies die factoren, in plaats van uitsluitend de grootste handelsstromen te volgen.
Nederland & Europa · digitaal beleid
Nederland steunt de EU Kids Act en wil minder afhankelijkheid van ouderlijk toezicht
Het kabinet heeft op 30 oktober zijn inzet bekendgemaakt voor de Europese Kids Act. Het steunt gezamenlijke regels voor veilige digitale diensten en de voorgestelde minimumleeftijd van vijftien jaar voor zelfstandig aangemaakte accounts op sociale media en videoplatforms. Tegelijk vraagt het om onderzoek naar de gevolgen voor privacy en grondrechten en om een duidelijkere verantwoordelijkheid van de platforms zelf.
De Europese Commissie presenteerde het voorstel in september. Het bevat strengere ontwerpeisen voor onder meer sociale media, online games, AI-chatbots en appstores. De nieuwe ontwikkeling van deze week is de Nederlandse beoordeling en onderhandelingsinzet. De Europese wetgevingsprocedure loopt nog; de minimumleeftijd is een voorgestelde Europese grens.
Een belangrijk discussiepunt zijn de zogenoemde mini-accounts. Daarmee zouden kinderen tussen dertien en vijftien jaar met toestemming van hun ouders beperkt toegang kunnen krijgen. Platforms zouden ouders ook hulpmiddelen moeten geven voor schermtijd en toezicht op contacten. Het kabinet vreest dat verschillen in tijd, kennis en mogelijkheden van ouders tot ongelijke bescherming van kinderen leiden. Daarnaast brengt het verifiëren van de ouder-kindrelatie privacyvragen mee.
De Nederlandse inzet legt daarom nadruk op veiligheid in het ontwerp. Als aanbevelingssystemen, standaardinstellingen en contactmogelijkheden vooraf veiliger zijn ingericht, hangt de bescherming minder af van voortdurend ingrijpen door een individuele ouder. Voor aanbieders betekent dit dat de inrichting van de dienst onderwerp van toezicht wordt. Het kabinet steunt dat zeer grote platforms bij de Commissie moeten aantonen dat zij aan de eisen voldoen.
De Commissie beschrijft leeftijdscontrole via gecertificeerde oplossingen die onafhankelijk van het platform werken, waaronder een Europese app en later de digitale identiteitswallet. Het platform zou alleen moeten vernemen of iemand boven of onder de grens zit. Het kabinet noemt de wallet als mogelijke route, maar houdt zorgen over de gevolgen voor privacy en over het aantonen van ouderlijke verantwoordelijkheid. Vooral die ouder-kindrelatie vraagt meer informatie dan alleen het antwoord op een leeftijdsvraag.
De inzet heeft ook gevolgen voor de toegang tot informatie en het zelfstandig deelnemen aan online gesprekken. Het kabinet wil daarom dat na invoering opnieuw wordt beoordeeld of een minimumleeftijd noodzakelijk blijft wanneer diensten voldoende veilig zijn geworden. Daarmee worden zowel de werking van de leeftijdsgrens als de gerealiseerde veiligheid van het ontwerp onderdeel van de Europese onderhandelingen.
Europa
Europa · rente & bestuur
ECB houdt de rente vast; Lagarde kondigt vertrek in februari aan
De ECB heeft op 29 oktober haar drie beleidsrentes ongewijzigd gelaten. De depositorente blijft 2,50 procent. De bank ziet een grotere en langer durende energieschok die de inflatie kan verhogen en de groei kan verlagen. Op dezelfde dag maakte Christine Lagarde bekend op 7 februari 2027 te stoppen als president. De Europese Raad moet haar opvolger benoemen.
In het rentebesluit beschrijft de ECB twee ontwikkelingen die in verschillende richtingen werken. Energie is duurder geworden en kan via transport, productie en diensten breder in prijzen terechtkomen. Tegelijk zijn de financieringsvoorwaarden sinds de vorige vergadering krapper geworden. Hogere financieringskosten kunnen investeringen en bestedingen afremmen en daardoor de prijsdruk verminderen.
De onderliggende inflatie is volgens de ECB tot dusver vrij stabiel gebleven en de lonen laten nog geen materiële reactie op de nieuwe energieschok zien. Dat zijn belangrijke waarnemingen voor de keuze om te wachten. Een prijsstijging van ingevoerde energie raakt de koopkracht direct; de monetaire vraag is vooral hoe lang die prijsdruk aanhoudt en in hoeverre zij doorwerkt in andere prijzen en loonafspraken.
Voor een onderneming kunnen de financieringsvoorwaarden veranderen terwijl de ECB-rente gelijk blijft. Bij een lening voor meerdere jaren telt de marktrente voor die looptijd, plus een vergoeding voor het kredietrisico van de onderneming. Ook de bereidheid van banken om krediet te geven speelt mee. De constatering van de ECB dat financiering al is verkrapt, gaat dus over een bredere ontwikkeling dan alleen haar eigen officiële tarief.
Reuters meldde dat de rentegevoelige tweejaarsrentes na de communicatie daalden en de euro verzwakte. Marktpartijen verschilden in hun uitleg van het vervolg: de energieprijzen kunnen aanleiding geven tot verdere verhogingen, terwijl de verslechterde financiële omstandigheden de ruimte daarvoor beperken. De ECB heeft zich niet vastgelegd op een rentepad en beoordeelt de gegevens per vergadering.
Lagardes aangekondigde vertrek brengt daarnaast een benoemingsproces op gang tijdens een periode van tegengestelde economische druk. De Raad van Bestuur neemt rentebesluiten gezamenlijk. De president leidt de vergaderingen en vertegenwoordigt de gezamenlijke afweging naar buiten. Voor markten wordt vooral relevant hoe de opvolger de aanpak van inflatie en de verschillen in financieringsvoorwaarden tussen eurolanden zal communiceren.
De vertrekdatum ligt na de komende beleidsvergaderingen. Lagarde blijft dus voor de onmiddellijke afweging tussen energie-inflatie en afremmende financiering aan tafel. De officiële aankondiging noemt nog geen opvolger.
Europa · conjunctuur
De eurozone groeit sneller dan verwacht, terwijl Duitsland vertraagt
De economie van de eurozone groeide in het derde kwartaal met 0,4 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Economen hadden in de Reuters-peiling 0,2 procent verwacht. Eurostat publiceerde de eerste raming op 30 oktober. De groei lag onder de 0,6 procent van het tweede kwartaal, maar tegenover een jaar eerder nam de economie met 1,3 procent toe.
De grote economieën lopen uiteen. Duitsland groeide met 0,2 procent, na 0,4 procent in het eerste en 0,3 procent in het tweede kwartaal. Spanje kwam opnieuw op 0,6 procent uit. Italië bleef gelijk en Frankrijk kromp met 0,1 procent. Daarmee is de Europese groei afhankelijk van verschillende nationale ontwikkelingen, terwijl de ECB voor het hele muntgebied één monetair beleid voert.
Tagesschau beschrijft hoe de Duitse economie ondanks laagwater in de zomer bleef groeien. Lage Rijnstanden belemmerden de binnenvaart en raakten industrieën zoals chemie en staal. De eerste groeiraming viel daardoor gunstiger uit dan veel economen hadden voorzien. Tegelijk bleven de particuliere bestedingen terughoudend. Het DIW wijst bij de Duitse opleving op de betekenis van overheidsuitgaven.
Voor Nederlandse exporteurs is vooral de vraag van Duitse klanten van belang. Extra publieke investeringen kunnen bijvoorbeeld opdrachten opleveren voor industriële leveranciers, terwijl een zwakkere particuliere consumptie minder helpt voor consumentenproducten. Een stijgend Duits bbp kan daarom voor afzonderlijke Nederlandse ondernemingen heel verschillend uitpakken. De sectorale bestemming van de extra vraag bepaalt waar de orders terechtkomen.
Ook de Europese optelsom bevat grote bewegingen in kleinere landen. Ierland rapporteerde in de eerste raming 5,5 procent kwartaalgroei, na 10,2 procent in het tweede kwartaal. Eurostat merkt deze Ierse raming aan als experimenteel werk met nog onvolledige gegevens. De volgende Europese schatting verschijnt op 13 november. De huidige landenvergelijking is daarmee een eerste stand van de kwartaalcijfers.
De nieuwe cijfers beschrijven gerealiseerde activiteit in juli tot en met september. De latere rentestijgingen en verdere energieprijsdruk werken pas geleidelijk door in nieuwe opdrachten, krediet en consumptie. Voor de uitgangspositie is de hogere groei gunstig: er is meer activiteit dan de eerdere sombere verwachtingen veronderstelden. Voor het vierde kwartaal zijn vooral de financiering en de voortgang van de nationale investeringsprogramma’s van belang.
Europa · krediet & begroting
Fitch maakt de Franse vooruitzichten negatief na zwakkere groei
Fitch heeft vrijdagavond 30 oktober de vooruitzichten voor Frankrijk van stabiel naar negatief veranderd en de kredietrating op A+ gehandhaafd. De beoordelaar wijst op zwakkere groei, verslechterde begrotingscijfers en hogere financieringskosten sinds zijn vorige beoordeling in augustus. Politieke verdeeldheid bemoeilijkt volgens Fitch de uitvoering van een langdurig tekortverminderingsbeleid.
Dezelfde ochtend publiceerde het Franse statistiekbureau Insee een krimp van 0,1 procent in het derde kwartaal. Het tweede kwartaal liet volgens de huidige raming geen groei zien. Dat verslechtert de economische omgeving waarin de regering steun moet vinden voor haar begroting. De nieuwe kredietbeoordeling volgt op de sterke stijging van de Franse obligatierente die vorige week werd behandeld.
De wijziging betreft de richting waarin Fitch de kredietwaardigheid ziet bewegen. De A+-beoordeling blijft gelden. AFP meldt dat Fitch de omvang en diversiteit van de economie, de instituties, het bankwezen en het eurolidmaatschap als belangrijke steunpunten beschouwt. Het negatieve perspectief legt daar een expliciete zorg over de toekomstige ontwikkeling van schuld en begroting naast.
Volgens AFP sloot de Franse tienjaarsrente vrijdag op 4,97 procent, tegen 4,91 procent een dag eerder. De kredietbeoordeling verscheen later op de avond. Die slotrente kan daarom niet als een reactie op het besluit van Fitch worden opgevoerd. De rentestijgingen van de afgelopen weken vormen juist een van de omstandigheden die de beoordelaar in zijn afweging noemt.
Zwakkere groei maakt begrotingsherstel op twee manieren lastiger. Belastinginkomsten groeien doorgaans minder snel wanneer productie, werk en bestedingen tegenvallen. Daarnaast wordt een gegeven schuld groter in verhouding tot de economie wanneer de omvang van die economie achterblijft. Als tegelijkertijd nieuwe financiering duurder wordt, moet een groter deel van de inkomsten naar rente. Een tekortverminderingsplan moet die gezamenlijke druk opvangen.
Voor Frankrijk is de concrete politieke opgave het vaststellen en uitvoeren van de begroting. Minister Roland Lescure wees in zijn reactie op het doel het tekort naar 5 procent terug te brengen. Fitch beoordeelt ook de haalbaarheid over meerdere jaren: een eenmalige maatregel verandert de ontwikkeling van de schuld minder duurzaam dan een blijvende aanpassing van inkomsten en uitgaven.
Europa & wereld · handel
EU en Canada ronden onderhandelingen over digitale handel af
De Europese Unie en Canada hebben op 30 oktober in Montréal de onderhandelingen over een digitaal handelsakkoord afgerond. Op dezelfde top lanceerden António Costa, Ursula von der Leyen en premier Mark Carney een bredere ‘alliantie voor de toekomst’. Die verbindt handel aan samenwerking op het gebied van grondstoffen, energie, financiën en veiligheid.
Het digitale akkoord moet grensoverschrijdende gegevensstromen beschermen tegen ongerechtvaardigde beperkingen en het gebruik van elektronische contracten, handtekeningen en facturen bevorderen. Voor consumenten bevat het afspraken tegen misleiding en ongewenste commerciële berichten. Het vult het bestaande handelsverdrag CETA aan. De politiek afgeronde tekst gaat nu door juridische controle en vertaling, voordat de Europese Commissie hem aan de Raad en het Europees Parlement kan voorleggen.
Voor een bedrijf dat in beide markten diensten levert, zijn gegevensverkeer en de juridische bruikbaarheid van digitale documenten onderdelen van dezelfde transactie. Een bestelling kan elektronisch worden bevestigd, ondertekend en gefactureerd, terwijl voor de uitvoering gegevens tussen vestigingen of dienstverleners moeten worden uitgewisseld. De afspraken richten zich op de regels waaronder die handelingen over de grens kunnen plaatsvinden. De uiteindelijke ondertekening en goedkeuring bepalen wanneer de nieuwe verplichtingen gaan gelden.
De bredere alliantie bevat daarnaast een agenda voor grondstoffenprojecten, van winning en verwerking tot recycling. Europa en Canada willen investeringen in die keten versnellen en ook projecten in derde landen bekijken. Daarmee krijgt het zoeken naar alternatieve leveringsketens een concreet samenwerkingsverband. Nieuwe mijnen en verwerkingsinstallaties vereisen vervolgens afzonderlijke investeringsbesluiten, vergunningen en bouw; deze top publiceert daarvoor een gezamenlijke richting.
Bij energie hebben de partijen afgesproken de haalbaarheid van Canadese LNG-export naar Europa gezamenlijk te onderzoeken. Op financieel gebied willen zij grensoverschrijdende kapitaalstromen vergemakkelijken en werken aan de verbinding van systemen voor directe betalingen. ANP plaatst de toenadering in de veranderde verhouding van beide partijen met de Verenigde Staten onder president Trump.
Voor de volgende EU–Canada-top in 2027 willen beide partijen uitwerken hoe een steeds nauwere associatie vorm kan krijgen. De agenda loopt daardoor verder dan één handelstekst. Het digitale akkoord heeft nu de onderhandelingsfase afgerond; de andere onderdelen krijgen hun praktische vorm via afzonderlijke onderzoeken, overeenkomsten en investeringen.
Wereld & finance
Wereld & finance · Verenigde Staten
De Fed wacht; de Amerikaanse economie versnelt naar 3,4 procent op jaarbasis
De Federal Reserve heeft op 28 oktober haar beleidsrente op 3,75 tot 4 procent gehouden. Tien beleidsmakers steunden het besluit; Lisa Cook en Beth Hammack wilden een verhoging met een kwart procentpunt. Een dag later publiceerde het Amerikaanse statistiekbureau BEA voor het derde kwartaal 3,4 procent economische groei op geannualiseerde basis, na 2,2 procent in het tweede kwartaal.
De Amerikaanse presentatie trekt het groeitempo van één kwartaal door naar een heel jaar. Omgerekend komt de nieuwe 3,4 procent neer op ongeveer 0,84 procent groei ten opzichte van het vorige kwartaal: de vierde machtswortel van 1,034, min één. Dat is de passende vergelijking met de Europese kwartaalcijfers. De economie groeide volgens het BEA vooral door investeringen, consumptie en overheidsuitgaven; een dalende uitvoer remde de toename.
De Fed noemt de economische expansie sterk, de investeringen robuust en de binnenlandse bestedingen veerkrachtig. Volgens de verklaring houden de banengroei en de beroepsbevolking elkaar ongeveer bij. De inflatie blijft verhoogd. De beleidsmakers willen meer informatie om te bepalen welke rentestand nodig is om de prijsstijging tijdig naar 2 procent terug te brengen.
Voor kredietnemers verlengt dit de periode waarin de prijs van kort geld hoog blijft. Een onderneming die variabel financiert, krijgt de officiële rentestand via markt- en banktarieven relatief snel doorberekend. Een onderneming die een langlopende vaste lening moet vervangen, is ook afhankelijk van de marktrente voor die langere looptijd. De twee kunnen zich verschillend ontwikkelen.
Reuters beschrijft na de persconferentie van voorzitter Kevin Warsh vooral druk op langer lopende Amerikaanse staatsleningen. Beleggers moeten daar inschatten hoeveel inflatie en rente zij gedurende vele jaren zullen meemaken. Daarnaast speelt de grote financieringsbehoefte van de overheid mee. Wanneer zij voor die onzekerheid een hogere vergoeding eisen, stijgt de lange rente ook zonder dat de Fed op dat moment haar eigen tarief verhoogt.
De nieuwe groeiraming ondersteunt de constatering dat de economie tot en met september bleef uitbreiden. Voor het rentepad tellen daarnaast de latere prijs- en arbeidsmarktgegevens. De twee tegenstemmen voor een verhoging maken zichtbaar dat ook binnen de Fed de afweging nog openligt. De bank heeft deze week gekozen extra gegevens af te wachten terwijl het bestaande renteniveau blijft doorwerken.
Wereld · politiek & economie
Lula wint een vierde termijn; Bolsonaro betwist de uitslag
Luiz Inácio Lula da Silva heeft de tweede ronde van de Braziliaanse presidentsverkiezingen van 25 oktober gewonnen. Volgens het kiesgerechtshof TSE kreeg hij 51,79 procent van de geldige stemmen, tegenover 48,21 procent voor Flávio Bolsonaro. Het verschil bedroeg ruim 4,4 miljoen stemmen. Lula krijgt daarmee een vierde presidentiële termijn, nadat hij in de eerste ronde achter zijn uitdager was geëindigd.
De TSE maakte de uitkomst bekend op basis van 64.256.232 stemmen voor Lula en 59.826.041 voor Bolsonaro. Ongeveer 128,2 miljoen kiesgerechtigden brachten een stem uit. De onthouding lag volgens het hof rond 19,2 procent. De uitslag vervangt daarmee het open scenario uit eerdere edities: de machtswisseling waarop veel beleggers hadden gerekend, is bij de presidentsverkiezing uitgebleven.
Flávio Bolsonaro weigerde volgens Reuters zijn nederlaag te erkennen en kondigde aan om nietigverklaring te vragen. Zijn bezwaar betreft een besluit om de stemming bij nog geopende stembureaus twee uur te verlengen. De voorzitter van de TSE beschreef tijdens de toelichting hoe die late wijziging aanpassingen in systemen en verwerking noodzakelijk maakte. De officiële telling en de politieke betwisting moeten daarbij als afzonderlijke gebeurtenissen worden gevolgd.
Reuters meldt dat financiële markten vooraf op een overwinning van Bolsonaro hadden ingezet. De verkiezingsuitkomst veranderde daardoor de verwachte economische beleidsrichting ten opzichte van de prijzen waarin beleggers al hadden gehandeld. Een dergelijke reactie ontstaat ook zonder dat er op de verkiezingsavond meteen een belasting- of uitgavenbesluit wordt genomen: beleggers passen hun verwachtingen over toekomstige inkomsten, kosten en risico’s aan.
Voor de economische beoordeling van de nieuwe termijn worden de personele en begrotingskeuzes nu belangrijk. De minister van Financiën, de prioriteiten voor uitgaven en de manier waarop die worden gefinancierd, geven concreter richting dan de verkiezingscampagne. Daarbij moet beleid door de Braziliaanse instituties en het parlement worden uitgevoerd. De presidentsuitslag legt vast wie die agenda kan gaan leiden.
Internationaal behoudt Brazilië een president die een zelfstandige positie tegenover Washington nastreeft. Reuters beschrijft de overwinning als een tegenwicht tegen de reeks rechtse verkiezingswinsten in Latijns-Amerika. Voor handel en investeringen zijn vervolgens de daadwerkelijke overeenkomsten, begrotingsbesluiten en regulering relevant. De verkiezing geeft een nieuwe politieke uitgangspositie; die uitvoeringsbesluiten waren deze week nog niet het resultaat van de nieuwe termijn.
Wereld & finance · technologie & krediet
Amazon en Microsoft groeien hard in cloud, met een verschillende kasstroomuitkomst
De nieuwe resultaten van Amazon en Microsoft laten een forse uitbreiding van cloudactiviteiten zien, maar ook grote verschillen in de financiering daarvan. Amazon meldde op 29 oktober een negatieve vrije kasstroom van 42,4 miljard dollar over de twaalf maanden tot eind september. Microsoft hield in zijn kwartaal tot eind september ongeveer 18,6 miljard dollar over na de operationele kasstroom en contante aanschaf van materiële vaste activa.
Bij Amazon steeg de omzet van AWS met ongeveer 39 procent tot 46 miljard dollar in het derde kwartaal. Het operationele resultaat van de cloudtak kwam uit op 17,8 miljard. Over de hele onderneming bedroeg de operationele kasstroom over twaalf maanden 168,3 miljard dollar. De aanschaf van infrastructuur en andere bedrijfsmiddelen was nog groter, waardoor per saldo geld uitstroomde. Amazon schrijft die investeringsstijging vooral toe aan AI.
Microsoft rapporteerde over het kwartaal 92,3 miljard dollar omzet, 19 procent meer dan een jaar eerder. Azure groeide met 48 procent. In het kasstroomoverzicht staan 58 miljard dollar aan operationele inkomsten en 39,367 miljard aan contante investeringen in materiële vaste activa. Het verschil is 18,633 miljard dollar. Dat is een berekening uit de twee kasstroomregels; financiële leases en andere investerings- en financieringsposten vragen afzonderlijke behandeling.
De perioden en definities zijn hier bewust zichtbaar gehouden. Amazons min 42,4 miljard betreft twaalf maanden; Microsofts plus 18,6 miljard één kwartaal. De vergelijking laat zien welke kant de financiering opgaat, maar geeft geen verhouding tussen twee identiek gemeten jaarbedragen. Voor beide bedrijven moet de kasstroom uiteindelijk ruimte bieden voor de volgende investeringsronde, schuldverplichtingen en uitkeringen aan aandeelhouders.
Reuters beschrijft hoe beleggers na de resultaten sterker onderscheid maakten naar die financieringsruimte. De omzetgroei van cloud bleef hoog, terwijl de aandacht verschoof naar de bedragen die na investeringen overblijven. Bij Amazon meldde Reuters 77,26 miljard dollar aan investeringsuitgaven in het derde kwartaal en een jaarplan van 220 miljard. Topman Andy Jassy verwacht voor 2027 een verdere duidelijke verhoging.
Het verschil tussen een groeiende activiteit en een positieve vrije kasstroom zit vooral in de timing. Nieuwe capaciteit moet worden aangelegd en betaald voordat zij jarenlang inkomsten kan opleveren. Een snelle uitbouw kan daarom tijdelijk meer geld vragen dan de bestaande activiteiten leveren. Hoe groter dat verschil en hoe langer het aanhoudt, hoe belangrijker de beschikbare reserves en de voorwaarden voor nieuwe financiering worden.
Voor de waardering van een cloudbedrijf tellen daarmee twee ontwikkelingen tegelijk: hoeveel vraag de extra capaciteit aantrekt en hoeveel geld nodig blijft om die capaciteit te leveren. Hogere omzet kan de financieringsbehoefte verminderen als zij op bestaande infrastructuur wordt verdiend. Vereist die omzet telkens weer een nog grotere uitbouw, dan blijft de toegang tot kapitaal doorslaggevend. De nieuwe kwartaalpublicaties geven per onderneming concreet zicht op die verhouding.
Wereld · industrie & technologie
Samsung verdient vrijwel zijn hele operationele winst in de halfgeleidertak
Samsung Electronics rapporteerde op 29 oktober over het derde kwartaal 195,3 biljoen won omzet en 107,4 biljoen won operationele winst. De halfgeleidertak Device Solutions leverde 106,5 biljoen won van die winst. De nieuwe detailcijfers laten zien hoe sterk de resultaten van het concern inmiddels door geheugen en andere chips worden bepaald.
De omzet steeg met 14 procent tegenover het voorgaande kwartaal. Samsung beschrijft sterke vraag naar servergeheugen, hogere geheugenprijzen en een verschuiving naar AI-producten. De verkoop van HBM4, snel geheugen dat dicht bij krachtige rekenchips wordt gebruikt, is volgens het bedrijf fors uitgebreid. Ook de vraag naar opslag voor servers blijft sterk.
AP bevestigt de recordwinst en beschrijft de bredere Koreaanse afhankelijkheid van de chipsector. In Samsungs eigen cijfers is de concentratie binnen het concern zichtbaar: de Device eXperience-divisie, met onder meer consumentenelektronica, boekte een operationeel verlies van 0,8 biljoen won. De winstbijdrage van halfgeleiders compenseert dus ook zwakkere onderdelen.
Die verdeling verandert de gevoeligheid van het concern. Wanneer de prijs en afzet van geheugen stijgen, werkt dat sterk door in de winst. Als het resultaat voornamelijk uit één divisie komt, bieden de overige activiteiten in de huidige cijfers maar weinig compensatie voor een eventuele terugval daarvan. De mate van spreiding in de productcatalogus en die in de winst zijn daarmee verschillende bedrijfseconomische kenmerken.
Samsung verwacht voor 2027 aanhoudend sterke vraag naar AI-infrastructuur en wil een stabielere afzetbasis opbouwen met meerjarige contracten. Zulke afspraken kunnen de productieplanning beter verbinden met de plannen van klanten. Voor de beoordeling van die strategie zijn de looptijd, volumes en prijsafspraken van belang: zij bepalen welk deel van de toekomstige productie vooraf is afgedekt.
De detailpublicatie volgt op de voorlopige kwartaalraming van 8 oktober. De nieuwe informatie zit daarom vooral in de divisieverdeling, de productmix en het vooruitzicht op de afzet. Voor de AI-investeringsketen leveren de cijfers een aanvullend beeld op de cloudresultaten: producenten van schaarse onderdelen realiseren nu hoge winst, terwijl sommige afnemers veel geld nodig hebben om hun infrastructuur uit te breiden. De financiële uitkomst verschilt per schakel in dezelfde investeringsgolf.