Nederland
Nederland · Belastingen & begroting
Box 3 krijgt een nieuwe richting, maar de rekening is opnieuw open
Het kabinet wil vanaf 2028 ook de waardestijging van aandelen, obligaties en andere financiële instrumenten bij verkoop belasten. Daarmee kiest het eerder dan verwacht voor een verdere overstap naar vermogenswinstbelasting. De op 29 september gepresenteerde dekking hield echter nauwelijks twee dagen stand: na brede kritiek zegde minister Heinen toe kleinere spaarders en beleggers meer te ontzien. Aan het einde van de week stond dus wel een nieuwe beleidsrichting op papier, maar nog geen sluitend, aangenomen belastingpakket.
De regeringsbrief voorziet in een wijziging van het lopende wetsvoorstel, een zogenoemde novelle. Daarmee zou vanaf 2028 ongeveer 90% van het vermogen met waardeontwikkeling onder een winstbelasting vallen; de resterende categorieën zouden in 2030 volgen. Om dat tijdpad te halen, wil het kabinet de wetswijziging nog dit jaar door beide Kamers krijgen. Het waarschuwt zelf voor uitvoeringsproblemen: banken kunnen in het eerste jaar niet alle gegevens voor een vooraf ingevulde aangifte aanleveren.
Het verschil tussen aanwas en winst zit vooral in het moment waarop waardeverandering wordt belast. Bij aanwas telt een gestegen beurswaarde mee, ook wanneer de belegging niet is verkocht. Bij winstbelasting komt dat moment later. Dat kan voorkomen dat iemand belasting moet betalen zonder de bijbehorende verkoopopbrengst te hebben ontvangen. Het verandert echter ook het gedrag van beleggers: wie niet verkoopt, kan belastingheffing uitstellen. Een belasting op gerealiseerde winst is daardoor geen kosteloze technische vereenvoudiging.
Juist dat uitstel veroorzaakt een financieringsprobleem voor de staat. De brief zocht compensatie in box 2 en box 3, waaronder lagere vrijstellingen. Voor 2027 werd een heffingsvrij vermogen van 30.846 euro voorgesteld; vanaf 2028 een vrijgesteld resultaat van 1.000 euro. Die bedragen zijn voorstellen uit de eerste versie, geen vaststaande nieuwe grenzen. Op 1 oktober beloofde Heinen alternatieven te onderzoeken; op 2 oktober bevestigde de politieke terugblik dat de aanvankelijke route voor kleine vermogens was verlaten en nieuwe dekking nodig bleef.
Een vrijstelling van vermogen en een vrijstelling van rendement zijn bovendien verschillende dingen. Een denkbeeldige spaarrekening van 50.000 euro levert bij 2% rente 1.000 euro op, maar bij 3% rente 1.500 euro. Dezelfde geldsom kan bij een vrijgesteld rendement dus in het ene jaar buiten de heffing vallen en in het andere jaar gedeeltelijk erbinnen. Voor beleggingen wordt het nog belangrijker welke inkomsten jaarlijks meetellen en wanneer een verkoopwinst ontstaat. Een simpele omrekening naar één belastingvrije vermogensgrens kan daarom misleiden.
Voor de politieke beoordeling moeten ontwerp en financiering uit elkaar worden gehouden. Er kan een meerderheid zijn voor heffing bij verkoop zonder dat dezelfde partijen instemmen met lagere vrijstellingen of andere belastingen om de overgang te betalen. Ook zegt instemming met de richting niets over de administratieve haalbaarheid. Het risico is dat een aantrekkelijk eindbeeld wordt afgesproken terwijl de overgangsrekening en de praktische aangifte nog onduidelijk zijn.
De wezenlijke verandering deze week is de versnelde keuze voor winstbelasting, gevolgd door het heropenen van de dekking. Voor huishoudens biedt dat nog geen betrouwbare basis om met nieuwe vrijstellingen te rekenen. De volgende echte doorbraak moet drie onderdelen tegelijk bevatten: de definitieve wettelijke afbakening, een parlementair gedragen rekening en een uitvoerbaar overgangspad. Zolang die combinatie ontbreekt, is 2028 een beoogde ingangsdatum en geen afgeronde oplossing.
Nederland · Arbeidsmarkt & overheidsfinanciën
Geschrapte ingrepen in WW en WIA openen het overleg, maar laten een besparingsvraag achter
De vakbonden keren terug naar het overleg met het kabinet nadat de voorgenomen ingrepen in WW en arbeidsongeschiktheidsregelingen van de begroting van Sociale Zaken zijn gehaald. Op 1 oktober werd bekend dat werkgevers en bonden voor 7 oktober zijn uitgenodigd op het Catshuis. FNV en CNV hebben hun komst bevestigd. Dat doorbreekt een maandenlange blokkade, maar is nog geen sociaal akkoord over nieuwe regels of besparingen.
FNV, CNV en VCP verwelkomden het schrappen op 29 september als resultaat van hun acties. Hun inzet verschuift naar het voorkomen van uitval en het verbeteren van de werknemersverzekeringen. Dat is de positie van de betrokken belangenorganisaties, niet een onafhankelijke berekening van wat hervormingen zullen opleveren. De uitnodiging omvat daarnaast werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO. Aan tafel moeten partijen met verschillende belangen tot voorstellen komen die ook uitvoerbaar zijn.
Volgens de regeringsbrief blijft de besparingsopgave voorlopig elders in de begroting geboekt, bij de middelen voor prijsbijstelling. Als het overleg onvoldoende oplevert, moet in het voorjaar worden bepaald hoe de uitgaven alsnog worden verlaagd. Het terugnemen van concrete maatregelen betekent daarmee niet dat de financiële opgave is verdwenen. Die scheiding verklaart waarom de bonden een overwinning kunnen zien terwijl de minister tegelijkertijd toekomstige besparingen verwacht.
Economisch maakt het veel uit waar zo'n besparing vandaan komt. Minder mensen die langdurig uitvallen doordat werk beter wordt georganiseerd, kan zowel hun inkomen als de overheidsfinanciën helpen. Een lagere uitkering bespaart eveneens geld, maar verdeelt vooral de rekening anders. Beide kunnen in een begroting onder hetzelfde bedrag verschijnen, terwijl de maatschappelijke uitkomst sterk verschilt. Bij preventie komen bovendien eerst kosten en pas later mogelijke opbrengsten.
Daarom verdient de timing aandacht. Een hervorming kan verstandig zijn zonder onmiddellijk genoeg geld op te leveren om een al geboekte korting te vervangen. Andersom kan een snelle bezuiniging op begeleiding de uitgaven op korte termijn verlagen en later juist meer uitval veroorzaken. Een geloofwaardig akkoord moet dus laten zien welk probleem wordt opgelost, wie de uitvoering draagt en wanneer de besparing redelijkerwijs kan optreden.
Het concrete resultaat is herstelde onderhandelingsruimte. De belangrijkste toets wordt of kabinet en sociale partners een verbeterd stelsel kunnen afspreken zonder opbrengsten alvast volledig te boeken voordat ze aannemelijk zijn. Tot die tijd is de verschoven begrotingspost een tijdelijke financiële oplossing, geen bewijs dat de hervormingsrekening betaald is.
Nederland · Ondernemerschap & arbeidsrecht
Het zzp-voorstel biedt een herkenbare route naar zelfstandigheid, met een grensgeval ernaast
De Zelfstandigenwet ging op 1 oktober in internetconsultatie. Het voorstel probeert vooraf duidelijker te maken wanneer iemand als zelfstandige kan werken, met twee toetsen: één voor het ondernemerschap van de persoon en één voor de feitelijke werkrelatie. Wie aan beide voldoet en ook daadwerkelijk zo werkt, moet vooraf meer zekerheid krijgen. De beoogde invoering is januari 2028; reacties zijn welkom tot en met 29 oktober. Er zijn dus nog geen nieuwe geldende zzp-regels.
De zelfstandigentoets kijkt onder meer naar een zakelijke administratie, eigen facturatie en voorzieningen tegen ondernemersrisico's. Het voorstel noemt bovendien minstens drie opdrachtgevers of klanten in het lopende en het vorige kalenderjaar samen. De precieze financiële eis voor de risicovoorzieningen is op de consultatiepagina nog niet ingevuld. Een KvK-inschrijving of een apart rekeningnummer is daarmee slechts een onderdeel van de voorgestelde route, geen doorslaggevend bewijs op zichzelf.
De werkrelatietoets richt zich op zelfstandigheid binnen de concrete opdracht. Daarbij gaat het om vrijheid in de uitvoering, in tijd en plaats, en werken voor eigen rekening en risico. Voor werkzaamheden die noodzakelijk op een bepaalde locatie of op een bepaald moment gebeuren, beschrijft het voorstel uitzonderingen. Het gaat dus niet om de onrealistische eis dat iedere ondernemer zijn werk altijd overal moet kunnen uitvoeren.
De belangrijkste juridische nuance staat expliciet in de consultatie: wie niet aan beide toetsen voldoet, is niet automatisch werknemer. Dan blijft beoordeling onder het bestaande arbeidsrecht nodig. Dat maakt het voorstel een extra route naar zekerheid, geen volledige vervanging van alle bestaande afwegingen. Voor mensen die buiten de nieuwe criteria vallen, blijft de grens tussen ondernemen en loondienst dus een inhoudelijke beoordeling.
Daar zit ook het praktische discussiepunt. NOS beschrijft zorgen van zelfstandigen die langdurig aan één project werken en daardoor moeite verwachten met het aantal opdrachtgevers. Een specialist kan economisch zelfstandig zijn en toch een lange opdracht hebben; omgekeerd kan iemand meerdere opdrachtgevers hebben terwijl één daarvan het werk feitelijk als werkgever aanstuurt. Het combineren van persoon en werkrelatie is bedoeld om zulke verschillen op te vangen, maar de criteria moeten daarbij wel aansluiten op uiteenlopende beroepspraktijken.
Meer voorspelbaarheid kan opdrachtgevers helpen om geschikte zelfstandigen in te huren zonder elke opdracht als een onbegrensd fiscaal risico te behandelen. Daartegenover staat nieuwe administratie om te kunnen aantonen dat de voorwaarden worden gehaald. De relevante afruil is daarom niet simpelweg soepel of streng. Een bruikbare regel moet duidelijk genoeg zijn om vooraf toe te passen én nauwkeurig genoeg om schijnzelfstandigheid te onderscheiden van echt ondernemerschap.
De stap van deze week is een openbaar, concreet toetsingskader waarop praktijkpartijen kunnen reageren. De uiteindelijke waarde hangt af van de behandeling van langdurige opdrachten, veranderende omstandigheden en de nog uit te werken risicovoorzieningen. Voor lopende contracten verandert deze consultatie niets aan het geldende recht. Voor toekomstig beleid is de vraag of de nieuwe route het aantal twijfelgevallen werkelijk vermindert, in plaats van er alleen een extra checklist naast te leggen.
Nederland · Infrastructuur & rechtsbescherming
Schiphol krijgt politieke steun voor nieuwe grenzen; de juridische toets blijft afzonderlijk
Een meerderheid in de Tweede Kamer steunde op 29 september de richting van een nieuw Luchthavenverkeerbesluit voor Schiphol. Het ontwerp legt maximaal 478.000 vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar vast, waarvan 27.000 in de nacht. Het bevat daarnaast regels voor geluid, baangebruik en uitstoot. De politieke steun is een belangrijke vervolgstap, maar bewijst niet dat alle juridische bezwaren zijn opgelost of dat de nieuwe regeling al volledig geldt.
De aanleiding is breder dan het precieze aantal vluchten. Langdurig vooruitlopen op toekomstige regels heeft de bescherming van omwonenden bemoeilijkt. Het nieuwe besluit moet weer duidelijke, handhaafbare grenzen bieden. Het ontwerp koppelt de operatie van de luchthaven aan een stapsgewijze vermindering van ernstige hinder en slaapverstoring. Een lager totaal aantal vluchten is daarvoor één instrument; routegebruik, vliegtuigtype en tijdstip bepalen eveneens waar de hinder terechtkomt.
Het op 14 september gepubliceerde advies van de Raad van State is relevante achtergrond bij de behandeling van deze week. De Afdeling advisering onderschrijft het belang van herstelde rechtsbescherming, maar vraagt onderbouwing voor de positie van omwonenden die juist meer hinder kunnen krijgen. Ook ziet zij tekortkomingen in de motivering van het milieueffectrapport en aandachtspunten bij ingrijpen als geluidsgrenzen dreigen te worden overschreden. Dat advies is geen rechterlijke goedkeuring of vernietiging van het nieuwe besluit.
Een gemiddelde verbetering rond de hele luchthaven kan samengaan met een verslechtering in een specifieke woonwijk. Dat is waarom een nationale doelstelling niet automatisch voldoende bescherming biedt aan iedere bewoner. Een geloofwaardig stelsel moet ook zichtbaar maken welke grens lokaal geldt, wanneer de toezichthouder ingrijpt en welke maatregelen dan beschikbaar zijn. Alleen achteraf vaststellen dat een grens is overschreden, herstelt de verloren nachtrust niet.
Daar komt een afzonderlijk dossier bij: de natuurvergunning. Volgens de berichtgeving over het debat heeft Schiphol die nog niet, nadat de eerdere vergunning door de rechter werd vernietigd. Politieke steun voor het luchtvaartbesluit lost dat probleem niet op. Ook de mogelijkheid om bij stillere vliegtuigen later weer te groeien bleef onderwerp van discussie; over aanvullende voorwaarden zou de Kamer pas de volgende week stemmen.
De nieuwe stap brengt Schiphol dichter bij een expliciet bestuurlijk kader. Voor omwonenden en luchtvaartmaatschappijen ontstaat pas duurzame voorspelbaarheid wanneer de regels ook juridisch houdbaar en praktisch handhaafbaar zijn. De kern is daarom de combinatie van grenzen, toezicht en vergunningen. Het aantal van 478.000 kan die samenhang niet vervangen.
Nederland · Woningmarkt & toezicht
Een verplicht makelaarsregister moet een sanctie eindelijk voor de hele markt laten gelden
Woonminister Boekholt-O'Sullivan kondigde op 1 oktober aan een verplicht beroepsregister voor makelaars uit te werken. Daaraan moeten wettelijke gedragsregels, een uniform biedlogboek en een geschillencommissie worden verbonden. Bij ernstige overtredingen zou een makelaar uit het register kunnen worden geschrapt en het beroep niet meer mogen uitoefenen. De uitwerking volgt de komende maanden; de Kamer krijgt begin 2027 meer informatie.
Het plan richt zich op problemen in het koopproces: onduidelijke biedingen, ongelijke behandeling en belangenverstrengeling. De overheid verwijst daarbij naar klachten en onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. De voorgestelde normen moeten gelden voor de hele beroepsgroep. Daardoor wordt de bescherming van kopers en verkopers minder afhankelijk van de branchevereniging waarbij een makelaar toevallig is aangesloten.
Het verschil zit vooral in de gevolgen van overtredingen. Zoals Vastgoed Nederland in de NOS-berichtgeving toelicht, kan iemand die nu uit een vereniging wordt gezet buiten die vereniging doorgaan. Een wettelijk register kan dat gat sluiten, mits de uitschrijving daadwerkelijk het recht op beroepsuitoefening beëindigt. Dat is wezenlijker dan alleen een lijst met namen: de geloofwaardigheid van gedragsregels hangt af van wat er gebeurt wanneer iemand ze herhaaldelijk negeert.
De NVM steunt registratie, maar vraagt ook eisen aan vakbekwaamheid. Dat legt een tweede vraag bloot. Betrouwbaar handelen en deskundig adviseren zijn verschillende kwaliteiten. Een makelaar kan zorgvuldig met biedingen omgaan en toch onvoldoende kennis hebben van een woning of contract. Omgekeerd garandeert een diploma geen eerlijk proces. De uitwerking moet duidelijk maken welke zekerheid het register precies biedt, zodat consumenten er geen ruimer kwaliteitskeurmerk in lezen dan de regels waarmaken.
Een biedlogboek kan helpen doordat achteraf beter is te reconstrueren wat is aangeboden en hoe het proces verliep. Het maakt een schaarse woning echter niet goedkoper en voorkomt niet vanzelf iedere vorm van druk. Daarvoor zijn ook begrijpelijke spelregels, controle en een bruikbare klachtenroute nodig. Als klagen te duur of traag is, blijft formele bescherming voor een individuele koper moeilijk te benutten.
Deze week verschuift de aanpak van vrijwillige sectorafspraken naar voorgenomen wettelijke regulering. Dat kan het koopproces eerlijker maken, vooral als sancties voor alle makelaars gelden. Het is nog geen ingevoerd register. De kwaliteit van het vervolg zal blijken uit de precieze gedragseisen, onafhankelijke klachtenbehandeling en de balans tussen toegankelijkheid van het beroep en aantoonbare deskundigheid.
Europa
Europa & Nederland · Prijzen & rente
Europese inflatie versnelt naar 3,8%; energie domineert, diensten verdienen aandacht
De snelle raming van Eurostat zette de inflatie in de eurozone op 2 oktober op 3,8% in september, na 3,2% in augustus. Vooral energie werd veel duurder: 18,8% op jaarbasis, tegen 14,3% een maand eerder. Tegelijk liep de prijsstijging van diensten op van 3,0% naar 3,2%. De energieschok blijft dus de grote versneller, maar buiten energie is de prijsdruk evenmin volledig verdwenen.
De kerninflatie, zonder energie, voeding, alcohol en tabak, steeg van 2,4% naar 2,5%. Dat is een veel kleinere beweging dan de totale inflatie. Beide cijfers zijn nodig om de uitkomst te begrijpen. Het totale cijfer beschrijft de gemiddelde prijsontwikkeling die huishoudens raakt; het kerncijfer helpt beoordelen of de druk breder wordt. Het ene maakt het andere niet irrelevant. Energie is geen denkbeeldige kostenpost omdat een analytische maatstaf haar weglaat.
Ook Nederland publiceerde vrijdag een snelle raming. De nationale consumentenprijsindex kwam uit op 3,4%, na 3,3% in augustus. Energie inclusief motorbrandstoffen steeg 13,9% en diensten 3,9%. Voedingsmiddelen, dranken en tabak waren als groep juist 1,2% goedkoper dan een jaar eerder. De gemiddelde inflatie verbergt daarmee flinke verschillen tussen soorten uitgaven en dus tussen huishoudens.
Voor een zuivere vergelijking met de eurozone moet de Europees geharmoniseerde index worden gebruikt. Die kwam voor Nederland op 3,0%, tegenover 2,8% in augustus. Nederland zat volgens deze vergelijkbare maatstaf dus onder het eurozonegemiddelde, ook al lag de nationale CPI hoger. Verschillende afbakeningen van de consumptiekorf verklaren waarom de twee Nederlandse cijfers naast elkaar bestaan. Een ranglijst die nationale CPI en Europese HICP door elkaar gebruikt, vergelijkt verschillende meetlatten.
Ook de vergelijkingsperiode doet ertoe. Een stijging van 3,8% op jaarbasis betekent niet dat prijzen in één maand zoveel zijn gestegen. Jaarcijfers reageren zowel op nieuwe prijsbewegingen als op het prijsniveau van twaalf maanden eerder. Daarbij zijn deze septembercijfers nog ramingen: de volledige Nederlandse CPI volgt op 13 oktober, de volledige Europese cijfers op 16 oktober. Kleine bijstellingen zijn dus mogelijk.
Voor rentebeleid levert dit een lastige combinatie op. Hogere rente maakt geen diesel en herstelt geen beschadigde aanvoerroute. Zij kan wel de vraag afremmen en voorkomen dat tijdelijke prijsstijgingen steeds verder doorwerken in lonen, diensten en verwachtingen. Dat werkt met vertraging en brengt kosten voor investeringen en huishoudens mee. De diensten- en kerncijfers zijn daarom relevante signalen, maar één maand bewijst nog geen zichzelf versterkende inflatiegolf.
De nieuwe ramingen maken duidelijk dat de Europese prijsdruk verder is opgelopen, met energie als voornaamste motor. Zij rechtvaardigen geen automatische voorspelling van het volgende rentebesluit. De volgende toets is of de bredere prijsdruk aanhoudt wanneer de energiebeweging stabiliseert. Voor koopkracht telt intussen het werkelijke uitgavenpatroon: een huishouden met hoge brandstof- en energielasten ervaart een andere inflatie dan het gemiddelde suggereert.
Europa · Begroting & obligaties
De Franse begroting wordt concreet terwijl beleggers meer compensatie vragen
Frankrijk presenteerde op 1 oktober zijn begrotingsvoorstel voor 2027. De eerder aangekondigde inspanning van 54 miljard euro kreeg nu een uitwerking: volgens de regering gaat het om 43 miljard aan nieuwe maatregelen en 11 miljard aan doorwerking van al genomen maatregelen. Tegelijk liep de opslag op Franse staatsleningen ten opzichte van Duitse leningen sterk op. De nieuwe ontwikkeling is dus de combinatie van een ingediend pakket en een scherper marktoordeel over de uitvoerbaarheid ervan.
De regering mikt op een tekort van 5% van het bruto binnenlands product in 2027, na een geraamde 5,4% dit jaar. Zij rekent voor volgend jaar op 1% economische groei en op afnemende olieprijzen en rente na geleidelijke verbetering van de situatie in het Midden-Oosten. Dat zijn aannames, geen zekere meevallers. De regering zegt bovendien dat de rentelasten volgend jaar met 12 miljard euro stijgen. Een deel van de inspanning dient dus om nieuwe tegenwind op te vangen.
Het grote bedrag van 54 miljard moet daarom niet worden gelezen als een even grote daling van de totale uitgaven ten opzichte van dit jaar. Begrotingsmaatregelen worden vaak afgezet tegen een pad waarop uitgaven zonder ingrijpen zouden doorstijgen. Ook kan een pakket zowel minder uitgavengroei als extra inkomsten bevatten. Het tekort kan daardoor maar beperkt verbeteren terwijl individuele groepen toch forse maatregelen ondervinden.
In de uitwerking worden onder meer veel ministeriële budgetten buiten defensie in nominale euro's bevroren. Ook de groei van sociale uitgaven wordt begrensd. Een nominaal gelijk budget koopt bij inflatie minder personeel, materiaal of dienstverlening. Dat maakt de politieke afweging concreet: een bevriezing kan administratief mild klinken, maar dwingt instellingen tot keuzes. De begroting moet nog door een verdeeld parlement; de publicatie is geen bewijs dat de maatregelen ook allemaal worden aangenomen.
Vrijdag rapporteerde Reuters dat het verschil tussen de Franse en Duitse tienjaarsrente boven 150 basispunten uitkwam, oftewel ruim 1,5 procentpunt. Zo'n verschil is informatiever over Frans risico dan alleen de Franse rente, omdat ook de algemene Europese rente beweegt. Beleggers vragen kennelijk meer vergoeding om Frankrijk geld te lenen dan Duitsland. Dat kan verschillende risico's weerspiegelen, waaronder politieke onzekerheid, schuldontwikkeling en de verhandelbaarheid van obligaties; het is geen directe berekening van een faillissementskans.
Een hogere marktrente raakt de staatsbegroting geleidelijk. Reeds uitgegeven leningen met een vaste coupon worden niet allemaal onmiddellijk duurder. De rekening stijgt wanneer oude schuld afloopt en moet worden vervangen, en wanneer nieuw geld nodig is voor het tekort. Juist bij langdurige tekorten blijft die herfinanciering terugkomen. Een korte marktschok en een blijvend hoger renteniveau hebben daardoor heel verschillende gevolgen.
De ECB biedt geen automatische verzekering tegen elke hogere nationale rente. Haar TPI-instrument is bedoeld voor ongeordende, ongerechtvaardigde marktbewegingen die de doorwerking van monetair beleid bedreigen. Daarbij beoordeelt zij ook begrotingsbeleid en houdbaarheid. Dat is geen vooraf vastgelegde rentegrens waarbij aankopen vanzelf beginnen. Evenmin betekent een Europese tekortprocedure op zichzelf dat iedere vorm van ingrijpen juridisch uitgesloten is: de criteria vragen een bredere beoordeling.
Frankrijk moet nu tegelijk parlementaire steun en vertrouwen van financiers organiseren. Hoe hoger de rente blijft, hoe kleiner de ruimte om een begrotingscompromis met extra geld te sluiten. De volgende doorslaggevende informatie is daarom niet nog een ambitieus besparingsgetal, maar welke maatregelen overeind blijven en op welke groei- en renteaannames het uiteindelijke saldo rust.
Europa · Buitenlands beleid & veiligheid
Zwitserland verwerpt een strengere neutraliteit en behoudt ruimte voor sancties
Zwitserse kiezers wezen op 27 september een initiatief af dat neutraliteit veel strikter in de grondwet wilde vastleggen. Volgens het voorlopige officiële eindresultaat stemde 70,15% tegen; ook in alle kantons werd het voorstel verworpen. Daarmee blijft de regering meer ruimte houden om economische sancties te steunen en met buitenlandse veiligheidspartners samen te werken. Het resultaat is geen besluit om de neutraliteit op te geven.
De initiatiefnemers wilden onder meer verdergaande beperkingen voor sancties buiten het kader van de Verenigde Naties en voor samenwerking met militaire bondgenootschappen. Het debat werd mede gevoed door de Zwitserse aansluiting bij Europese sancties tegen Rusland. De vraag was daardoor heel concreet: hoeveel buitenlandse beleidsruimte moet de regering behouden wanneer economische maatregelen en militaire neutraliteit elkaar raken?
De officiële uitslag toont een brede afwijzing van de voorgestelde aanscherping, maar niet dat iedere kiezer dezelfde reden had. Tegenstanders konden zowel de economische gevolgen als de veiligheidsbeperkingen problematisch vinden. Voor het praktische beleid is vooral van belang dat het bestaande afwegingsvermogen blijft bestaan. Nieuwe sancties of samenwerkingsafspraken moeten nog altijd afzonderlijk worden besloten.
Militaire neutraliteit en economische onzijdigheid zijn ook niet identiek. Een staat kan buiten een oorlog blijven terwijl hij handel met een agressor beperkt. De grens tussen die keuzes is politiek omstreden, precies omdat financiële en handelsmaatregelen invloed op een conflict kunnen hebben. Een verplichting om alleen via de VN op te treden zou bovendien anders uitwerken wanneer een betrokken grootmacht in de Veiligheidsraad een veto heeft.
Voor de Europese omgeving betekent de uitslag vooral continuïteit in mogelijke samenwerking. Zij voorkomt dat een nieuwe grondwettelijke beperking toekomstige besluiten vooraf veel smaller maakt. Voor bedrijven betekent dat niet dat sanctierisico verdwijnt: de regering behoudt juist ruimte om maatregelen te nemen. De uitkomst biedt dus meer beleidsflexibiliteit, geen algemene vrijstelling voor economische relaties met gesanctioneerde partijen.
Het referendum bevestigt dat een grote meerderheid geen striktere constitutionele neutraliteit wil. Het geeft de regering geen onbeperkt mandaat voor aansluiting bij de EU of NAVO. De betekenis ligt in het behouden van keuzes per situatie: Zwitserland blijft neutraal, terwijl sancties en samenwerking niet door de verworpen nieuwe regels worden geblokkeerd.
Wereld & finance
Wereld · Macro-economie & obligaties
Weinig nieuwe Amerikaanse banen geven de Fed tijd, maar brengen de lange rente niet tot rust
De Verenigde Staten kregen in september slechts 29.000 banen buiten de landbouw erbij, meldde het arbeidsbureau BLS op 2 oktober. De werkloosheid bleef op 4,2%. Bovendien werd de banengroei van juli en augustus samen met 60.000 verlaagd. Toch leverden de zwakkere cijfers geen blijvende obligatierally op: later vrijdag rapporteerde Reuters opnieuw hogere Amerikaanse rentes, met de tienjaarslening rond 5,28%.
De herzieningen veranderen het eerdere beeld. Juli ging van een kleine plus naar een afname van 10.000 banen; augustus werd bijgesteld van 162.000 naar 133.000. De uurloonstijging bedroeg in september 0,1% ten opzichte van de vorige maand en 3,0% op jaarbasis. Dat geheel wijst op minder arbeidsmarktdruk dan een sterke augustuspublicatie afzonderlijk suggereerde, maar een vrijwel stabiele werkloosheid past niet vanzelf bij een plotselinge brede recessie.
Andere cijfers uit dezelfde week bieden tegenwicht. De BEA publiceerde op 30 september over augustus een toename van de consumptieve bestedingen van 0,9% in dollars en 0,6% na correctie voor prijsstijgingen. De PCE-inflatie bedroeg 3,4% op jaarbasis; zonder voeding en energie 3,0%. Huishoudens gaven dus meer uit, ook in volume, terwijl de prijsstijging nog duidelijk aanwezig bleef. Het banenrapport gaat over september, de bestedingscijfers over augustus: ze zijn geen twee metingen van exact dezelfde maand.
Op financiële markten nam volgens Reuters de ingeschatte kans toe dat de Fed in oktober afwacht. Vrijdag laat werd ongeveer 80% kans op een ongewijzigde rente ingeprijsd. Zo'n marktverwachting is een momentopname op basis van verhandelde contracten, geen belofte van de centrale bank. Ook een pauze in oktober zou nog ruimte laten voor een latere verhoging wanneer inflatie of bestedingen dat volgens de Fed nodig maken.
Waarom kan de tienjaarsrente dan stijgen? Die lening weerspiegelt veel meer dan het besluit op de eerstvolgende vergadering. Een belegger moet inschatten wat de korte rente jarenlang gaat doen, hoeveel inflatie de koopkracht aantast en welke vergoeding nodig is voor de onzekerheid van zo'n lange looptijd. Ook het aanbod van nieuwe staatsleningen en de bereidheid van beleggers om die op te nemen, tellen mee. Minder kans op één onmiddellijke verhoging garandeert daarom geen lagere lange rente.
De nieuwe informatie maakt vooral het verschil tussen economische afkoeling en gunstiger financiering zichtbaar. Een onderneming kan minder vraag verwachten en tegelijkertijd duurder moeten lenen. Dan komen inkomsten en financieringslasten van twee kanten onder druk. Voor overheden is het vergelijkbaar: zwakkere groei kan belastinginkomsten remmen, terwijl het vervangen van aflopende schuld tegen een hoge rente doorgaat.
Voor houders van obligaties is bovendien de looptijd bepalend. De koers van een langlopende vaste lening reageert doorgaans sterker op een rentebeweging dan die van een korte lening. Dat zegt op zichzelf niets over de bereidheid van de staat om af te lossen. Een veilige debiteur kan dus toch een forse tussentijdse koersdaling opleveren. Wie rente- en kredietrisico door elkaar haalt, leest de verkoopgolf verkeerd.
De verandering tegenover vorige week is dat zwakkere arbeidsmarktcijfers de druk voor onmiddellijk Fed-ingrijpen verlichten, terwijl langlopende financiering duur blijft. De combinatie verdient meer aandacht dan de losse vraag of de volgende rentestap doorgaat. Voor een overtuigende verbetering moeten zowel de inflatiedruk als de vergoeding voor langetermijnonzekerheid afnemen; één tegenvallend banenrapport is daarvoor niet genoeg.
Wereld · Energie & leveringszekerheid
De G7 zet voorraden in tegen dieselkrapte en spreekt af export niet af te knijpen
De G7 kondigde op 2 oktober een gecoördineerde vrijgave van 100 miljoen vaten olie en olieproducten over vier maanden aan. Een aanzienlijk deel diesel moet al in de eerste twintig dagen beschikbaar komen. De landen spraken tevens af onderling geen exportbeperkingen op energie en energieproducten in te stellen. Daarmee reageren zij op krappe brandstofmarkten en op de dreiging dat nationale beschermingsmaatregelen het tekort elders zouden vergroten.
De formulering van de gezamenlijke verklaring is belangrijk. Zij verwijst naar uitvoering van bestaande toezeggingen en houdt rekening met al geleverde bijdragen. Het bedrag mag daarom niet zonder meer als 100 miljoen volledig nieuwe vaten boven op alle eerdere beloften worden opgeteld. De IEA meldde dezelfde dag dat ongeveer 325 miljoen van de in maart toegezegde 400 miljoen vaten al waren vrijgegeven. Een heldere uitsplitsing blijft nodig om extra aanbod van nog uit te voeren toezeggingen te onderscheiden.
De G7 wil ook onderhoud bij raffinaderijen beter afstemmen en de productie waar mogelijk tijdelijk verhogen. Dat past bij de diagnose van de IEA: de uitvoer van ruwe olie uit het Midden-Oosten is aanzienlijk hersteld, maar de stromen geraffineerde producten blijven beperkt. Voor diesel telt niet alleen hoeveel olie uit de grond komt. Die olie moet worden verwerkt, vervoerd en op de juiste markt beschikbaar zijn.
Nederland maakte al op 1 oktober een volgende tranche uit zijn eerdere bijdrage bekend. Het gaat om 95 kiloton producten uit de COVA-voorraad: 50 kiloton diesel en 45 kiloton benzine, samen ongeveer 753.000 vaten. De producten worden vanaf 2 oktober aan de markt aangeboden. Daarmee is volgens het kabinet ongeveer 87% van de toegezegde Nederlandse bijdrage vrijgegeven. Dit is niet hetzelfde als zeggen dat 87% van alle Nederlandse strategische voorraden is opgebruikt.
Het verschil tussen ruwe olie en diesel bepaalt hoe snel beleid werkt. Een vat diesel uit voorraad kan relatief rechtstreeks het distributiesysteem in. Ruwe olie moet eerst langs een raffinaderij, waar capaciteit, onderhoud en de eigenschappen van de olie beperkingen kunnen opleveren. Daarom kan een grote hoeveelheid ruwe olie minder onmiddellijke verlichting geven dan een kleinere, goed geplaatste voorraad van het product waaraan daadwerkelijk gebrek is.
Ook een exportverbod heeft een dubbele werking. Het kan binnen één land tijdelijk meer brandstof vasthouden, maar vermindert het aanbod bij handelspartners die op die leveringen rekenen. Zij gaan dan elders concurreren om dezelfde schaarse volumes. De afspraak om de handel open te houden is daarom een inhoudelijk onderdeel van het pakket, niet alleen diplomatieke bijzaak. Gecoördineerde inzet voorkomt dat landen elkaar met noodmaatregelen verder in de problemen brengen.
Voorraden kunnen tijd kopen, geen blijvende productie vervangen. Iedere vrijgave moet uiteindelijk worden afgewogen tegen wat beschikbaar blijft voor een volgende verstoring en wat later opnieuw moet worden ingekocht. De relevante vervolggegevens zijn daarom daadwerkelijke dieselvolumes, levermomenten en herstel van raffinage en transport. Een aankondiging van vaten is pas economische verlichting wanneer de bruikbare brandstof de markt bereikt.
Wereld · Technologie & krediet
Anthropics beursvoorbereiding laat zien hoe groei, vaste verplichtingen en leverancierskrediet verstrengeld raken
Nieuwe Reuters-berichtgeving over het vertrouwelijke beursprospectus van Anthropic maakt de financiële inzet achter de AI-bouwgolf concreter. Het bedrijf rapporteerde volgens Reuters bijna 4,6 miljard dollar omzet en ongeveer 42 miljard nettoverlies over 2025. Dat verlies vraagt direct een correctie in de interpretatie: circa 34 miljard betreft een boekhoudkundige herwaardering van financiering die in aandelen kan veranderen. Het operationele verlies was ongeveer 8 miljard. Geen van beide verliesbegrippen is hetzelfde als de kasuitstroom.
Een afzonderlijk Reuters-onderzoek van 29 september beschrijft minimaal 518 miljard dollar aan infrastructuurverplichtingen over ongeveer tien jaar, waarvan circa 80% niet opzegbaar is of betaling vraagt ongeacht gebruik. Dit zijn volgens de nieuwsdienst prospectusgegevens; het document was niet openbaar beschikbaar en is voor dit overzicht niet rechtstreeks ingezien. De bedragen zijn dus aan Reuters toegeschreven. Het zijn meerjarige verplichtingen, geen rekening die volledig in één jaar moet worden betaald.
De financiering wordt tegelijk sterker verbonden met de leveranciers. Reuters meldde op 1 oktober dat Broadcom tot 42 miljard dollar krediet aan Anthropic heeft toegezegd voor infrastructuur, met instrumenten die in aandelen kunnen worden omgezet. Bepaalde tekortkomingen in betaling of uitvoering kunnen volgens het prospectus juist verplichtingen versneld opeisbaar maken en toegang tot die faciliteit beperken. Het maximale kredietbedrag is niet hetzelfde als een al opgenomen lening of een onvoorwaardelijk beschikbare geldbuffer.
De onderliggende industriële samenwerking is wel publiek gedocumenteerd. Anthropic kondigde in april extra rekencapaciteit met Google en Broadcom aan, die vanaf 2027 beschikbaar moet komen. Broadcom presenteerde in juni bovendien een financieringsplatform met Apollo en Blackstone voor AI-infrastructuur. Dat zijn oudere aankondigingen, hier uitsluitend als gecontroleerde achtergrond. De nieuwe informatie deze week betreft vooral de omvang en voorwaarden van verplichtingen in de aanloop naar een mogelijke beursgang.
Om deze constructie te beoordelen, moeten drie vragen uit elkaar worden gehouden. Is er vraag naar de AI-diensten? Leveren die diensten na alle kosten voldoende geld op? En komen de betalingen op tijd om vaste infrastructuurverplichtingen te dragen? Sterke groei kan de eerste vraag positief beantwoorden terwijl de andere twee nog openstaan. Een bedrijf kan steeds meer verkopen en toch extra financiering nodig hebben wanneer de uitgaven sneller groeien of eerder moeten worden gedaan.
Langlopende afnamecontracten kunnen een rationele oplossing zijn. Een financier bouwt liever een datacenter wanneer een klant zich voor jaren vastlegt. Die zekerheid kan capaciteit beschikbaar maken die zonder contract niet zou worden gebouwd. Voor de afnemer ontstaat echter een ander risico: als zijn eigen klanten minder gebruiken dan verwacht, lopen de vaste betalingen door. Het contract vermindert de onzekerheid van de bouwer door een deel ervan bij de gebruiker te leggen.
Leverancierskrediet voegt daar een volgende verbinding aan toe. Een chipbedrijf helpt een klant de apparatuur te betalen die het zelf verkoopt. Dat kan groei versnellen en hoeft niet onzakelijk te zijn. Het wordt kwetsbaarder wanneer zowel de verkoopverwachting als de terugbetaling steunt op dezelfde optimistische ontwikkeling bij een klein aantal klanten. De leverancier heeft dan niet alleen een orderrisico, maar mogelijk ook krediet- of aandelenrisico op die afnemer.
Omzet binnen zo'n keten mag daarom niet worden opgeteld alsof iedere euro een afzonderlijke eindklant vertegenwoordigt. Een eindgebruiker betaalt een AI-dienst; die betaalt rekenkracht; de infrastructuurpartij betaalt chips en financiering. Iedere schakel kan echte omzet boeken, maar uiteindelijk moet voldoende geld van buiten de keten binnenkomen om alle kosten en rendementseisen te dragen. Dat onderscheid voorkomt zowel het wegzetten van alle groei als fictief als het overschatten van de uiteindelijke vraag.
Ook het boekhoudkundige verlies verdient een nuchtere lezing. Een herwaardering van converteerbare financiering kan een groot verlies tonen zonder dat hetzelfde bedrag in dat jaar de bankrekening verlaat. Dat maakt de post niet betekenisloos: zij zegt iets over claims op toekomstige waarde. Maar voor betalingsvermogen zijn kasstromen, vervaldata, zekerheden en voorwaarden bepalend. De vergelijking tussen één historisch jaar omzet en tien jaar verplichtingen is daarom geen bruikbare berekening van een direct financieringstekort.
De onthullingen maken de investeringscase toetsbaarder, zonder op zichzelf een naderende instorting te bewijzen. De cruciale vraag is of gebruik door betalende eindklanten snel genoeg groeit om vaste infrastructuur en financiering te dragen. Voor de volgende beoordeling zijn daarom gerealiseerde kasstromen, betaaldata en de verdeling van tegenvallers belangrijker dan nog grotere investeringsbeloften. Technologisch succes en een houdbare financieringsstructuur moeten afzonderlijk worden aangetoond.
Bronnen:
Reuters, resultaatcijfers, 28–29 september ·
Reuters, verplichtingen, 29 september ·
Reuters, Broadcom-financiering, 1 oktober ·
Anthropic, samenwerking, 6 april; achtergrond ·
Broadcom, financieringsplatform, 9 juni; achtergrond.