Nederland
NL · Politiek & begroting
Begrotingsdeal: kabinet draait sociaal beleid deels terug, maar koopt daarmee nog geen meerderheid
D66, VVD en CDA bereikten na dagen onderhandelen een begrotingsakkoord. Uitgelekte stukken laten zien dat meerdere grote bezuinigingen worden teruggedraaid of uitgesteld.
De inhoudelijke verschuiving is groter dan de politieke ruis eromheen. De geplande bezuiniging van €2,8 miljard op de AOW verdwijnt, de verlaging van het maximumdagloon wordt geschrapt, de verkorting van de WW wordt uitgesteld en ook de verhoging van het eigen risico in de zorg schuift een jaar op. Er komt €1,5 miljard voor koopkrachtreparatie, terwijl hoge inkomens samen €750 miljoen extra belasting gaan betalen. Tegelijk wil het kabinet bijna €4 miljard vrijmaken voor innovatiefondsen en de tijdelijke korting op brandstofaccijnzen langer laten doorlopen.
De rode draad is helder: het minderheidskabinet wijkt af van het oorspronkelijke bezuinigingspad om zowel links als rechts voldoende aanknopingspunten te geven. Pro krijgt tegemoetkomingen op sociale zekerheid en ontwikkelingssamenwerking; JA21 en SGP zien onder meer de accijnskorting terug. Maar de oppositie heeft nog geen steun toegezegd. Bovendien is nog niet volledig duidelijk waar alle nieuwe uitgaven en geschrapte bezuinigingen financieel worden gedekt.
Dat maakt de begroting inhoudelijk én institutioneel interessant. In een meerderheidskabinet is het coalitieakkoord meestal het politieke eindpunt van de begrotingsvorming. In deze constructie is het slechts het openingsbod richting parlement. De uiteindelijke begroting kan dus nog substantieel verschuiven nadat de coalitie intern al een akkoord heeft.
Niet belangrijk is wie deze week welke geïrriteerde quote gaf. Wat je wel moet onthouden: het kabinet heeft zijn oorspronkelijke sociale bezuinigingskoers al vóór Prinsjesdag merkbaar versoepeld, en heeft nog steeds externe steun nodig.
De begrotingskoers verschuift van “hervormen en bezuinigen” naar een politiek bredere mix van koopkrachtsteun, uitstel van hervormingen en investeringen. De prijs daarvan is dat de dekking en de structurele houdbaarheid minder scherp worden. De echte test komt na Prinsjesdag: kan het kabinet tegelijk een parlementaire meerderheid bouwen én voorkomen dat tijdelijke handreikingen structureel begrotingsbeleid worden? Voor beleid en strategie betekent dit dat de begroting van 15 september nog niet als eindstation moet worden gezien.
NL · Stikstof · economie
PBL: stikstofpakket is serieus, maar vergunningverlening wordt niet vanzelf weer normaal
PBL heeft het stikstofpakket van kabinet-Jetten doorgerekend. De uitkomst is tegelijk positiever én ongemakkelijker dan slogans als “Nederland van het slot”.
Het pakket kan de stikstofuitstoot fors verlagen en natuur duidelijk verbeteren. Voor landbouw mikt het kabinet op 42–46% minder uitstoot in 2035 ten opzichte van 2019; industrie en verkeer moeten 50% omlaag. PBL acht het landbouwdoel binnen bereik, maar alleen bij vrijwel volledige uitvoering van ingrijpende maatregelen: bedrijfsnormen, zones rond kwetsbare natuur, een maximum aantal koeien per hectare en grote investeringen in natuurherstel.
Daar zit meteen de zwakte. De doorrekening veronderstelt dat concreet uitgewerkte maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd. PBL noemt dat een uitvoeringsoperatie van historische omvang. Niet alle boerenbedrijven kunnen de vereiste investeringen financieel dragen; PBL verwacht dat het aantal koeien in Nederland uiteindelijk ongeveer 30% lager kan uitvallen.
Zelfs als het pakket volledig werkt, blijft in 2035 het grootste deel van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden boven de kritische belasting. Slechts 14 van circa 120 gebieden zouden dan niet meer overbelast zijn. Dat betekent niet automatisch dat geen vergunningen kunnen worden verleend: als de natuur aantoonbaar verbetert, kan juridisch mogelijk meer ruimte ontstaan. Maar dat moet per gebied en uiteindelijk ook in de rechtspraak standhouden.
“Van het stikstofslot” is geen aan/uit-knop. De kern is of overheid en initiatiefnemers juridisch overtuigend kunnen aantonen dat nieuwe projecten de natuur niet verder verslechteren. Minder uitstoot helpt, maar levert niet automatisch een generieke vergunningenmachine op.
Voor het eerst ligt er een pakket waarvan PBL zegt dat het qua omvang serieus genoeg is om grote natuur- en emissiewinst te boeken. Het beleid is daarmee minder het probleem geworden; uitvoering, financiering en juridische houdbaarheid worden nu de bottleneck. Voor woningbouw, infrastructuur, industrie en landbouw is dit goed nieuws vergeleken met stilstand, maar geen snelle ontgrendeling. Economische projecten blijven de komende jaren afhankelijk van gebiedsspecifieke voortgang. Wie plant op basis van “stikstof is opgelost” plant te optimistisch.
NL · Belasting & beleggen
Box 3 is opnieuw fundamenteel open: belasting op papieren winst of pas bij verkoop?
Uit stukken bij Financiën blijkt dat snelle invoering van een vermogenswinstbelasting voor aandelen nog steeds als optie wordt bekeken. De VVD wil dat; D66 en CDA willen de huidige route niet zo abrupt wijzigen.
De technische discussie is eigenlijk eenvoudig. Het huidige wetsvoorstel voor 2028 is grotendeels een vermogensaanwasbelasting: je betaalt jaarlijks belasting over het werkelijke rendement, inclusief waardestijging die je nog niet hebt verzilverd. Stijgt een aandeel van €100 naar €120, dan telt die €20 in beginsel mee, ook als je niet verkoopt.
Bij een vermogenswinstbelasting wordt die €20 pas belast wanneer je het aandeel verkoopt. Dat voorkomt belasting over “papieren winst”, maar heeft andere nadelen: beleggers kunnen verkoop uitstellen om belasting uit te stellen, en de Belastingdienst moet aankoopprijzen over lange perioden administratief kunnen volgen.
De officiële lijn blijft dat de Wet werkelijk rendement box 3 op 1 januari 2028 moet ingaan en dat het bestaande voorstel de basis is. Maar de politieke strijd gaat nu niet meer alleen over details, maar over de fundamentele heffingsgrondslag. Dat is laat in het traject: systemen, uitvoering en overgangsrecht moeten tijdig klaar zijn.
Box 3 is nog niet “af”. Ondanks jaren voorbereiding ligt de meest fundamentele ontwerpkeuze opnieuw politiek op tafel. Voor particuliere beleggers kan dit de timing van belasting en daarmee rendement, liquiditeitsbehoefte en portefeuillekeuzes merkbaar veranderen. Voor beleid is het grotere risico uitvoerbaarheid: iedere late koerswijziging vergroot de kans op opnieuw uitstel of complexe overgangsregels.
Europa
Europa + NL · Inflatie & rente
Energie trekt Europese inflatie naar 3,3% — maar onder de motorkap is het beeld minder heet
De eurozone-inflatie steeg in augustus van 2,9% naar 3,3%. Nederland kwam eveneens op 3,3%. De overeenkomst in het totaalcijfer maskeert dat vooral energie de versnelling veroorzaakt.
Eurostat schat energie-inflatie in de eurozone op 14,3%, tegenover 10,3% in juli. Inflatie exclusief energie bleef daarentegen 2,2%. Diensten kwamen op 3,0%, lager dan in juli. In Nederland steeg energie inclusief motorbrandstoffen met 11,7% op jaarbasis, terwijl boodschappen volgens de eerste CBS-raming juist iets goedkoper waren dan een jaar eerder.
Dat onderscheid is cruciaal voor de ECB. Een centrale bank kan de prijs van olie of gas niet verlagen door de rente te verhogen. Ze kan alleen voorkomen dat de eerste energieschok zich vertaalt in hogere lonen, bredere prijsverhogingen en stijgende inflatieverwachtingen. Daarom verhoogde de ECB in juni al met 0,25 procentpunt en hield zij in juli stil om nieuwe data af te wachten.
Na het augustuscijfer verwacht een grote meerderheid van door Reuters geraadpleegde economen op 10 september opnieuw een verhoging van 0,25 procentpunt, waardoor de depositorente op 2,50% zou komen. De markt ziet dat vrijwel als basisscenario. Tegelijk is de kerninflatie veel rustiger dan de headline suggereert, waardoor het helemaal niet vanzelfsprekend is dat daarna een lange reeks verhogingen volgt.
headline-inflatie bepaalt wat consumenten daadwerkelijk voelen. Kerninflatie helpt inschatten of de prijsdruk zich in de economie heeft vastgezet. Nu is het slechte nieuws: energie is duur. Het betere nieuws: de rest van het prijsstelsel lijkt nog niet opnieuw uit de hand te lopen.
Europa beleeft vooral een nieuwe energie-inflatieschok, niet opnieuw dezelfde breed gedragen inflatiegolf als in 2021–2023. Dat maakt één extra ECB-verhoging logisch, maar een langdurige verkrappingscyclus nog niet onvermijdelijk. Voor huishoudens en bedrijven blijven energieprijzen de kortetermijnpijn. Voor beleggers en overheden is belangrijker dat renteverlagingen verder naar achteren schuiven. Het rentepad hangt nu vooral af van de vraag of energie-inflatie overslaat naar lonen en andere prijzen.
Europa · Industrie
Volkswagen kiest voor historische krimp — het probleem is Europees, niet alleen Duits
De raad van commissarissen van Volkswagen stemde unaniem in met een nieuwe herstructurering: nog eens circa 50.000 banen verdwijnen, bovenop eerdere reducties, en het modellengamma moet fors kleiner.
Dat juist vakbondsvertegenwoordigers en de deelstaat Nedersaksen instemden, maakt het besluit belangrijker dan het ontslagcijfer zelf. VW heeft een bestuursmodel waarin werknemers en regionale politiek reorganisaties sterk kunnen afremmen. Dat deze partijen nu meegaan, wijst op een breed gedeeld oordeel dat het bestaande kostenniveau niet houdbaar is.
VW kampt met overcapaciteit, zwakke marges, verlies van marktaandeel in China en sterkere Chinese concurrentie in Europa. Volgens Reuters lag de operationele marge in de eerste helft van 2026 op 3,8%, tegenover 7,9% in 2022. Vier Duitse fabrieken hebben na 2030 geen gegarandeerde voertuigproductie meer. Het bedrijf wil ook zijn modelaanbod sterk verkleinen om complexiteit en vaste kosten terug te brengen.
Dit is niet simpelweg een verkeerd managementbesluit bij één onderneming. Europese autofabrikanten hebben lang kunnen leven met hogere kosten dankzij sterke merken, techniek en hun positie in China. Elektrificatie verschuift waarde naar batterijen, software en schaalproductie — gebieden waar Chinese producenten inmiddels sterk zijn. Amerikaanse tarieven voegen nog een externe kostendruk toe.
Volkswagen erkent nu institutioneel dat incrementeel besparen niet genoeg is. Het bedrijf kiest voor structureel minder capaciteit, minder modellen en minder personeel. Dit is een waarschuwingssignaal voor het Europese industriemodel. Als VW — met schaal, merken en politieke bescherming — zo hard moet ingrijpen, ligt dezelfde druk ook bij toeleveranciers en andere Europese autofabrikanten. Strategisch gaat de discussie verschuiven van “beschermen tegen Chinese concurrentie” naar “kan Europa zelf tegen Chinese kostenniveaus concurreren?”
Europa · Veiligheid
Duitsland wijst Rusland aan voor Leipzig-drone: hybride dreiging wordt concreter
Duitsland concludeert dat Rusland verantwoordelijk was voor de poging met een explosieve drone bij luchthaven Leipzig/Halle. De EU heeft de beschuldiging politiek overgenomen.
De drone werd in augustus aangetroffen in de buurt van een Oekraïens vrachtvliegtuig op een luchthaven die belangrijk is voor logistiek richting Oekraïne. Duitsland spreekt nu niet meer over een vermoeden maar over Russische verantwoordelijkheid. Moskou ontkent. De Europese Raad veroordeelde het incident expliciet als Russische aanval en kondigde aan de druk op Rusland verder op te voeren.
De materiële verschuiving zit in attributie. Europese landen hebben al jaren te maken met cyberaanvallen, sabotageverdachten en verstoringen waarvan Russische betrokkenheid wordt vermoed. Een formele staatsbeschuldiging rond een met explosieven uitgeruste drone op een Duitse luchthaven ligt een stap hoger op de escalatieladder.
Dat betekent nog niet dat NAVO-artikel 5 of directe militaire vergelding logisch volgt. Hybride operaties zijn juist ontworpen om onder die drempel te blijven. Waarschijnlijker zijn extra sancties, contraspionage, beveiliging van logistieke knooppunten en hardere maatregelen tegen Russische netwerken in Europa.
De Europese veiligheidsdiscussie verschuift verder van “mogelijke Russische sabotage” naar incidenten waarvoor regeringen Rusland publiek verantwoordelijk houden. Voor Europa betekent dit structureel hogere kosten voor bescherming van havens, luchthavens, energie, telecom en defensielogistiek. Politiek wordt de ruimte kleiner om hybride dreiging als losstaande criminaliteit te behandelen; economisch groeit beveiliging van kritieke infrastructuur uit tot permanente kostenpost.
Wereld & finance
Wereld · Obligaties · kapitaalkosten
De belangrijkste financiële ontwikkeling van de week: lang geld wordt wereldwijd duurder
Lange staatsrentes liepen in meerdere grote economieën tegelijk naar niveaus die jaren of decennia niet zijn gezien. Japan 10-jaars raakte 3% voor het eerst sinds 1996; Amerikaanse 10-jaars kwam rond 4,8%; Duitse en Franse rentes bereikten niveaus van respectievelijk 2011 en 2008; Britse lange financieringskosten zaten rond meerdecenniahoogtes.
Een obligatie-uitverkoop klinkt technisch, maar het mechanisme is eenvoudig: als beleggers bestaande obligaties verkopen, daalt hun prijs en stijgt het effectieve rendement — de rente die nieuwe leners ongeveer moeten bieden. Omdat staatsobligaties de basisprijs van geld vormen, sijpelt dat door naar hypotheken, bedrijfsleningen, projectfinanciering en de waardering van aandelen.
Er zijn deze week drie krachten die elkaar versterken. Eén: de nieuwe energieschok verhoogt inflatierisico en maakt centrale banken voorzichtiger met renteverlagingen. Twee: overheden moeten veel schuld blijven uitgeven, terwijl beleggers hogere compensatie eisen voor lange looptijden en begrotingsrisico. Drie: ook bedrijven vragen uitzonderlijk veel kapitaal. Reuters berekende op basis van LSEG dat Alphabet, Amazon, Meta, Microsoft en Oracle dit jaar samen al ongeveer $220 miljard schuld hebben uitgegeven om onder meer AI-investeringen te financieren — meer dan twee keer het totaal van vorig jaar.
Dat derde punt is interessant omdat het een ouder financieel regime kan doorbreken. Jarenlang waren er enorme spaaroverschotten tegenover relatief beperkte investeringsvraag, waardoor kapitaal goedkoop was. Nu concurreren staten, defensie, energietransitie, infrastructuur én AI-datacenters tegelijkertijd om kapitaal. Als dat structureel is, hoeft de “normale” lange rente niet terug naar het niveau van de jaren 2010, zelfs als inflatie uiteindelijk daalt.
Japan maakt dit extra belangrijk. Dertig jaar extreem lage Japanse rentes stimuleerden Japanse beleggers om geld in buitenlandse obligaties te steken. Als binnenlandse staatsobligaties weer rond 3% opleveren, wordt repatriëring aantrekkelijker. Dat kan de vraag naar Amerikaanse en Europese obligaties verminderen en hun rente juist verder omhoog drukken.
De Nederlandse lens: Nederland is geen probleemland — de staatsschuld is relatief laag — maar ontsnapt niet aan de prijs van mondiaal kapitaal. NOS liet Rabobank berekenen dat de opgelopen rente sinds de onrust rond de Perzische Golf over 2026–2035 cumulatief ongeveer €17 miljard extra rentelasten kan opleveren. De Nederlandse 10-jaarsrente ligt rond 3,3%, terwijl die vijf jaar geleden nog rond 0% lag. Bovendien loopt de komende zes jaar bijna €150 miljard aan oude Nederlandse staatsleningen af waarop minder dan 1% rente wordt betaald; die moeten grotendeels duurder worden geherfinancierd.
Het sterke Amerikaanse banenrapport van vrijdag versterkte het verhaal. De VS voegden in augustus 162.000 banen toe, boven verwachting, terwijl werkloosheid 4,1% bleef. Dat verkleint de noodzaak voor de Fed om snel te versoepelen; rentemarkten verhoogden de kans op een renteverhoging in september.
Een hogere risicovrije rente verandert de discontovoet waarmee vrijwel alle toekomstige kasstromen worden gewaardeerd. Het kan dus tegelijk overheidsbudgetten, woningmarkten, private equity, infrastructuurprojecten en groeiaandelen raken.
De markt begint serieuzer rekening te houden met een wereld waarin kapitaal structureel duurder is: hoge publieke financieringsbehoefte, grote private investeringen en geopolitiek gedreven inflatierisico komen samen. Als lange rentes op dit hogere plateau blijven, is dat een regimeverandering. Overheden krijgen minder begrotingsruimte; zwaar gefinancierde bedrijven voelen druk; en beleggingen waarvan de waarde vooral uit winsten ver in de toekomst komt krijgen een lagere faire waardering. Dit is daarom veel relevanter voor een langetermijnportefeuille dan een gewone aandelenmarktcorrectie.
Wereld · Handel & industrie
G20-minus-China zet Chinese overcapaciteit expliciet op de agenda
Alle G20-financeleden behalve China schaarden zich achter een slotverklaring die oproept tot actie tegen “non-market” beleid en hardnekkige handelsoverschotten.
De formulering noemt China niet rechtstreeks, maar de politieke boodschap is weinig subtiel. De verklaring stelt dat landen met aanhoudend grote externe overschotten verstoringen moeten wegnemen die binnenlandse consumptie afremmen en groei te afhankelijk maken van export. China maakte bezwaar tegen delen van de tekst.
Waarom nu? De Chinese binnenlandse vraag blijft relatief zwak, terwijl de industriële capaciteit groot is en export snel groeit. Volgens Reuters namen Chinese exports in juli 23,9% toe op jaarbasis. Het handelsoverschot met de EU bedroeg vorig jaar ongeveer €361 miljard en is dit jaar verder toegenomen. Washington zegt al langer dat Amerikaanse tarieven Chinese goederen niet alleen tegenhouden, maar ook richting andere markten duwen.
Voor Europa is dat herkenbaar bij elektrische auto's, batterijen, staal, zonnepanelen en steeds meer industriële componenten. Tot nu toe konden Europese en Amerikaanse maatregelen worden gezien als eigen protectionisme. De G20-formulering is relevant omdat een veel bredere groep landen nu formeel erkent dat macro-economische onevenwichtigheden en niet-marktbeleid grensoverschrijdende schade kunnen veroorzaken.
Dat betekent niet dat 19 landen morgen gezamenlijk tarieven invoeren. De G20-tekst is geen bindend handelsakkoord. Maar hij verschuift wel de legitimiteit: maatregelen tegen Chinese overcapaciteit kunnen steeds meer worden gepresenteerd als antwoord op een gedeeld systeemprobleem in plaats van als bilaterale handelsoorlog.
De politieke coalitie die China vraagt minder exportgedreven en marktverstorend te groeien, wordt breder. China staat binnen de G20 op dit punt opvallend geïsoleerd. De kans neemt toe op meer handelsbarrières, lokale-productie-eisen en strategische industriepolitiek buiten de VS. Voor Europese industrie kan dat tijdelijke bescherming geven, maar het verhoogt ook kosten en fragmentatie van wereldhandel. Bedrijven die van onbelemmerde China–Europa–VS-ketens afhankelijk zijn krijgen een structureel hoger beleidsrisico.
Wereld · Energie
VS en Iran vechten weer rechtstreeks; voor de wereldeconomie blijft Hormuz het centrale risico
Na ongeveer een maand relatieve militaire rust wisselden de VS en Iran opnieuw zware aanvallen uit. Op zaterdag meldde het Amerikaanse leger bovendien aanvallen op drie Iraanse olietankers na Iraanse raketaanvallen op Amerikaanse marineschepen.
De menselijke en militaire details zijn bewust niet het zwaartepunt van deze brief. Het mondiale economische kanaal is energie. De Straat van Hormuz was vóór het conflict een van de belangrijkste olie- en LNG-routes ter wereld. EIA schatte dat er in het vierde kwartaal van 2025 gemiddeld 21,6 miljoen vaten olie en petroleumproducten per dag doorheen gingen. In het tweede kwartaal van 2026 was dat gedaald tot 4,9 miljoen.
Deze week bleef zichtbaar scheepvaartverkeer sterk onder normaal. Reuters rapporteerde donderdag slechts vier geregistreerde commodity-schepen door de straat, tegenover een tien-daags gemiddelde van vijftien; schepen met uitgeschakelde transponders zijn daarin niet zichtbaar. Brent sloot vrijdag op $92,68 per vat, 7,6% hoger over de week.
Dat haakt rechtstreeks in op de twee financiële verhalen hierboven. Duurdere olie verhoogt Europese inflatie, maakt centrale banken minder bereid de rente te verlagen en verhoogt via inflatieverwachtingen ook lange obligatierentes. De geopolitieke crisis is dus niet een los buitenlands-verhaal naast economie en finance; hij is momenteel een belangrijke inputvariabele voor beide.
De tijdelijke de-escalatie is gebroken en de kwetsbaarheid van energiestromen door Hormuz blijft extreem hoog. De wereldeconomie heeft zich gedeeltelijk aangepast, maar niet genoeg om een langdurige verstoring zonder prijsdruk op te vangen. Voor de weekbrief volgen we vanaf nu niet iedere aanval, maar drie economische triggers: doorvaart door Hormuz, olie/gasaanbod en een geloofwaardig bestand. Zolang die niet fundamenteel veranderen, is dagelijkse oorlogsberichtgeving herhaling.
Wereld · Macro VS
Amerikaanse arbeidsmarkt is sterker dan gedacht — slecht nieuws voor wie op goedkoop geld rekent
De VS voegden in augustus 162.000 banen toe, de sterkste stijging in vijf maanden en duidelijk boven verwachting. Werkloosheid bleef 4,1%.
De details zijn genuanceerder dan alleen “sterk”. Lonen stegen 3,1% op jaarbasis, iets minder dan in juli. De beroepsbevolking groeide en de participatie steeg. Dat maakt het rapport minder inflatoir dan wanneer dezelfde banengroei gepaard was gegaan met versnellende lonen en een krappere arbeidsmarkt.
Toch verandert het de beleidsbalans. De Fed hoeft de rente niet te verlagen om een snel verslechterende arbeidsmarkt te redden. Daarmee kan zij meer gewicht geven aan inflatie, die door energie en andere kostenrisico’s nog te hoog blijft. Rentemarkten verhoogden na het rapport de kans op een renteverhoging tijdens de vergadering van 15–16 september naar ongeveer 60%.
Voor deze nieuwsbrief is het banenrapport niet interessant als maandelijks ritueel. Het is deze week relevant omdat het dezelfde richting op wijst als de obligatiemarkt: het scenario “groei stort in, centrale banken verlagen snel, lange rente zakt terug” wordt minder waarschijnlijk.
De Amerikaanse economie blijft veerkrachtiger dan de recente zwakke maanden deden vermoeden, zonder dat looninflatie explodeert. Dat is gunstig voor reële economische groei, maar vergroot de kans dat hoge rente langer blijft. Voor waarderingen is “sterke economie” dus niet automatisch bullish: als de discontovoet harder stijgt dan winstverwachtingen, kan goed macro-nieuws slecht markt-nieuws zijn.